**1.** In het beleidsplan als bedoeld in artikel 3 wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2.** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**3.** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de wet niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.
**4.** Bij beleidsplan c.q. uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 18, met inachtneming van hetgeen daarover in het beleidsplan is bepaalde, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden
De weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
De intrekking of wijziging van de subsidieverlening of - vaststelling;
De aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies;
De betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
Het vragen van een eigen bijdrage;
Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009