Lid 1
De ambtenaar heeft het recht zich in het openbaar tegen uitlatingen in het openbaar gedaan over hem in zijn hoedanigheid van ambtenaar, daaronder begrepen over door hem uitgebracht adviezen, te verweren.
Lid 2
In geval naar het oordeel van de ambtenaar een zeer snelle uitvoering van het verweerrecht is gewenst, heeft hij in afwijking van het bepaalde in artikel 15:5:1:2, lid 1, de bevoegdheid direct van het in lid 1 gegeven recht gebruik te maken.
Lid 3
Behoudens in geval er direct verweer wordt gevoerd, deelt de ambtenaar schriftelijk aan burgemeester en wethouders mee gebruik te willen maken van het recht zich te verweren. Binnen twee weken na het ontvangen van deze mededeling dienen burgemeester en wethouders te beslissen omtrent het tijdstip en in overleg met de ambtenaar de wijze waarop het in het eerste lid bedoelde verweer zal worden gevoerd.