Lid 1
De ambtenaar heeft het recht zijn verweer te voeren in een openbare vergadering van die commissie die het meest bij de aard van de zaak is betrokken, tenzij in onderling overleg tussen de ambtenaar en burgemeester en wethouders tot een andere procedure wordt besloten.
Lid 2
De ambtenaar die de wens te kennen geeft gebruik te willen maken van zijn recht tot verweer, ontvangt schriftelijk een uitnodiging te verschijnen in de eerstvolgende openbare vergadering van de in het eerste lid bedoelde commissie.
Lid 3
Dit verweer vindt plaats uiterlijk acht weken nadat de uitlating is gedaan.
Lid 4
Tijdens de openbare vergadering van de in het eerste lid bedoelde commissie wordt vastgesteld, nadat de ambtenaar zijn verweer heeft gevoerd, of burgemeester en wethouders geen verwijt betreffen, dan wel of zij de goede naam van de ambtenaar c.q. ambtenaren voldoende heeft beschermd.