Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18:1:5:1

Tegemoetkoming verhuiskosten

Onderdeel van CAR/UWO

Lid 1 De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit: een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepende kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken. Voor de bepaling van de tegemoetkoming in de kosten van transport als bedoeld in de vorige volzin, vraagt betrokkene bij tenminste drie erkende verhuisbedrijven van zijn keuze een offerte aan. De tegemoetkoming is gelijk aan het laagst geoffreerde bedrag. Onder breekbare zaken, in de zin van dit artikel, wordt verstaan glaswerk, servies en andere goederen waarvan het bevoegd gezag vooraf en op verzoek van de ambtenaar hebben bepaald dat die goederen als breekbaar aangemerkt dienen te worden. Onder breekbare zaken wordt in beginsel niet verstaan (antieke) kasten, bedden en ander meubilair, tenzij door het bevoegd gezag anders wordt besloten. een bedrag voor dubbele woonkosten, gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten, met dien verstande dat de tegemoetkoming ten hoogste een ingevolge artikel 18:1:8, eerste lid, nader vast te stellen bedrag per maand bedraagt en over een termijn van maximaal vier maanden wordt verleend; een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten. Lid 2 Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van vier van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het bedrag een ingevolge artikel 18:1:8, eerste lid, nader vast te stellen maximum niet mag overschrijden. Lid 3 Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten, geregistreerde partners beide betrokkene zijn in de zin van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of zijn verplaatst, wordt voor beide betrokkenen de berekeningsbasis vastgesteld. Ingeval beide betrokkenen een deeltijdbetrekking hebben en niet tevens een deeltijdbetrekking bij een andere werkgever die aanspraak geeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten, wordt de berekeningsbasis vastgesteld als ware er sprake van een voltijdbetrekking. De tegemoetkoming wordt toegekend op grond van de hoogste berekeningsbasis. Lid 4 Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onder c, verleend. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel