Bij verhuizing, als bedoeld in artikel 18:2:1:1, kan slechts een tegemoetkoming in de verhuiskosten worden verleend, indien de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard dat hij een eigen huishouding voert als bedoeld in artikel 18:1:1, lid 1, onder e, en dat hij de ontvangen tegemoetkoming zal terugbetalen ingeval hij op eigen verzoek of ten gevolge van aan hem zelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen, tenzij dit ontslag ingaat vijf jaar of langer na de dag van de verhuizing. Voor elk vol jaar die aan de termijn van vijf jaar ontbreekt, betaalt de ambtenaar 1/5 deel van de genoten tegemoetkoming terug.