Lid 1
Tegen het besluit tot vaststelling van de beschrijving van een organieke functie en tegen het besluit tot waardering van zodanige functie staat voor belanghebbende bezwaar en beroep open volgens de in de Algemene wet bestuursrecht neergelegde regels. Als belanghebbende wordt aangemerkt de ambtenaar als genoemd in artikel 3:1:2:8, lid 1.
Lid 2
Indien de belanghebbende bezwaar aantekent als bedoeld in het eerste lid, deelt hij dit zijn afdelingsmanager mee.
Lid 3
Er is een bezwarencommissie ingesteld. De bezwarencommissie, hierna te noemen de commissie, bestaat uit:
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon, voorzitter;
een door de vakorganisaties die zijn vertegenwoordigd in de commissie voor georganiseerd overleg aan te wijzen persoon;
een door de onder 1 en 2 genoemde personen gezamenlijk aan te wijzen persoon.
Lid 4
Aan de commissie wordt één algemeen plaatsvervangend lid toegevoegd. Het plaatsvervangend lid treedt op bij ontstentenis van één van de leden van de commissie.
Lid 5
Aan de commissie wordt een ambtelijk secretaris toegevoegd, die noch stemrecht, noch een adviserende stem heeft. De zittingen van de commissie zijn niet openbaar.
Lid 6
De commissie heeft tot taak, door onderzoek van alle daarvoor in aanmerking komende bescheiden, te bezien of een herziening van de meegedeelde functiebeschrijving en waardering gerechtvaardigd is.
Lid 7
De commissie dient voltallig aanwezig te zijn om een bezwaar te kunnen behandelen en adviseert met meerderheid van stemmen.
Lid 8
Belanghebbenden worden te allen tijde gehoord, tenzij zij uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven van deze gelegenheid af te willen zien.
Lid 9
Ten hoogste vier weken nadat een bezwaar door de commissie is behandeld, wordt het advies vastgesteld en met het verslag van de beraadslagingen aan het college van burgemeester en wethouders gezonden.