Lid 1
Onder studiekosten als bedoeld in artikel 3:8:1:8, letter g, wordt verstaan:
de kosten van het volgen van een opleiding of studie door de deelnemer met het oog op het verwerven van inkomsten uit werk en woning, met uitzondering van kosten:
die verband houden met een werk- of studeerruimte, daaronder begrepen de inrichting;
van binnenlandse reizen voorzover die meer bedragen dan het bedrag per kilometer, bedoeld in artikel 15b, eerste lid, letter b, van de Wet op de loonbelasting 1964;
cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke, gevolgd door de deelnemer ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
Lid 2
Rechtstreekse betalingen, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, welke drukken op de deelnemer, mogen voor de toepassing van dit artikel worden gelijkgesteld met bestedingen ten laste van de spaarloonrekening.