Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6:2:1:1

Regeling vakantieverlof

Onderdeel van CAR/UWO

Lid 1 De duur van het vakantieverlof als bedoeld in artikel 6:2, lid 1, wordt voor de ambtenaar die is ingeschaald in salarisschaal 9 of hoger met 14,4 uur verhoogd. Lid 2 Als maatstaf voor de berekening van het vakantieverlof geldt het salaris, dat de ambtenaar op 1 januari van het kalenderjaar geniet, of in geval van indiensttreding in de loop van het kalenderjaar, het salaris op het tijdstip van indiensttreding. Lid 3 Voor de ambtenaar die vóór 1 januari 1997 in dienst van de gemeente Baarn is getreden, wordt de volgens lid 1 vastgestelde duur van het vakantieverlof voor de ambtenaar, die de leeftijd van 35, 45, 55 of 60 jaar bereikt, verhoogd met respectievelijk 14,4, 28,8, 36 of 43,2 leeftijdsverlofuren, te beginnen in het kalenderjaar, waarin de gestelde leeftijd wordt bereikt. Lid 4 Voor de ambtenaar die na 1 januari 1997 in dienst van de gemeente Baarn is getreden, wordt de volgens lid 1 vastgestelde duur van het vakantieverlof voor de ambtenaar, die de leeftijd van 45, 55 of 60 jaar bereikt, verhoogd met respectievelijk 14,4, 21,6 of 28,8 leeftijdsverlofuren, te beginnen in het kalenderjaar, waarin de gestelde leeftijd wordt bereikt. Lid 5 Burgemeester en wethouders wijzen uiterlijk in december van het voorliggende jaar minimaal één en maximaal twee brugdagen aan waarop de organisatie in beginsel gesloten is. De ambtenaar die op die brugdag(en) geheel of gedeeltelijk aanwezig moet zijn voor zijn werk, krijgt de gewerkte uren gecompenseerd op een andere dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel