Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 17

Gereedmelding en definitieve subsidie

Onderdeel van Subsidieverordening Monumenten Buren 2008

1. De volledig verleende subsidie kan uitsluitend worden vastgesteld als de wijze, waarop het onderhoud heeft plaats gevonden, is overeenkomstig de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 6. 2. Ter vaststelling van de subsidie voor onderhoud worden binnen vier maanden na de feitelijke beëindiging van de werkzaamheden een gespecificeerde, aan de begroting gerelateerde financiële verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten belegd met de nodige afdrukken van bankafschriften dan wel van andere betalingsbewijzen aan burgemeester en wethouders overgelegd. 3. De in lid 2 van dit artikel genoemde bescheiden worden vergezeld van een door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld formulier waarin wordt verklaard dat de werkzaamheden zijn voltooid. 4. De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling van de definitieve subsidie en de uitbetaling daarvan. 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd zonodig stukken, betrekking hebbende op de vaststelling van het subsidiebedrag, bij aanvrager op te vragen. 6. Bij de vaststelling van de subsidie worden in ieder geval niet als subsidiabele kosten aangemerkt de kosten die uitgaan boven de raming van het totaal aan subsidiabele kosten in de begroting, die aan subsidieverlening ten grondslag heeft gelegen. Meer– en minderwerk voor uitgevoerde werkzaamheden, mits subsidiabel geacht, kunnen binnen dit totaal met elkander worden verrekend. 7. Indien de betaalbewijzen mede betrekking hebben op kosten van het personeel dat in loondienst is van het bedrijf van de aanvrager of op door de verzoeker ten behoeve van zijn bedrijf verrichte arbeid, een verklaring van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt, hoeveel arbeidstijd en voor welk bedrag door dat personeel of de aanvrager aan die werkzaamheden is besteed. 8. indien van toepassing: een verklaring, waaruit blijkt dat op grond van de Wet op de Omzetbelasting (Staatsblad 1968, no. 329) geen BTW verschuldigd is over de gemaakte subsidiabele kosten. 9. Het recht op vaststelling en uitbetaling vervalt, indien niet is voldaan aan de bepalingen in dit artikel. De aanvrager ontvangt hiervan een schriftelijk besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel