De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt.
Met betrekking tot titel 2 van de Legesverordening (bouwleges) geldt het volgende.
Indien een aanvraag voor een bouwvergunning of een wijzigingsvergunning wordt ingediend, en de bouwkosten genoemd in de tarieventabel in titel 2 van de Legesverordening op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag niet tot het definitieve bedrag kunnen worden vastgesteld, kan een aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld. De aanslag moet altijd gevolgd worden door een kennisgeving van het definitief gevorderde bedrag zoals dat bij gereedmelding van het bouwplan door aanvrager dient te worden aangetoond. Indien de definitieve bouwkosten het bedrag van € 50.000,- overstijgt, kan een akkoordverklaring van een registeraccountant worden geëist.
Artikel 3
Voorlopige aanslag
Onderdeel van Uitvoeringsregeling met betrekking tot de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen in de gemeente Alkmaar 2011