Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 13b

Uitkering bij aftreden

Onderdeel van Verordening Rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007

Het aftredend raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn aftreden voor maximaal een periode van twee jaar een uitkering die in het eerste jaar 80% en het tweede jaar 70% van de op het moment van aftreden geldende bedrag van de vergoeding bedraagt. De lengte van de uitkeringsperiode bedraagt voor elk volledig zittingsjaar 1 maand. De in het eerste lid bedoelde uitkering wordt maandelijks uitbetaald. De uitkering eindigt in ieder geval met ingang van de maand volgend op die waarop de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt alsmede in geval van overlijden van het afgetreden raadslid op de eerste dag van de daaropvolgende maand. HOOFDSTUK III VOORZIENINGEN VOOR WETHOUDERS

Rechtspraak bij dit artikel