1 Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband het reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
2 De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:
a bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding
van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;
b bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.
HOOFDSTUK I
Artikel 5
Reiskosten
Onderdeel van Verordening Rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007