De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid moet worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ten aanzien van de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, dat ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing en/of andere heffingen minder is dan € 5.000,- zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011