In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de
precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het
belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de
precariobelasting verschuldigd bij het einde van het
belastingtijdvak.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt, is de naar de jaartarieven geheven precariobelasting
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven
geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
dat tijdvak als er in dat tijdvak, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij
blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
5,00.
Belastingbedragen van € 5,00 of minder worden niet geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening Precariobelastingen 2011