Naar hoofdinhoud
Het algemeen bestuur vormt uit zijn midden een dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het algemeen bestuur. Bij toepassing van artikel 11, lid 7b van deze regeling kan het aantal leden van het dagelijks bestuur tot maximaal 5 personen worden uitgebreid. Voorzitter, secretaris en penningmeester van het algemeen bestuur zijn in de zelfde functie ook lid van het dagelijks bestuur. De overige taken worden door het dagelijks bestuur in onderling overleg verdeeld. De leden van het dagelijks bestuur verliezen hun functie en het lidmaatschap van het dagelijks bestuur, wanneer zij geen zitting meer hebben in het algemeen bestuur, behoudens de leden bedoeld in lid 7b van dit artikel. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling, volgend op de dag van aftreden van de leden van de raden der deelnemende gemeenten. Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, overlijden of om andere redenen openvallen, vindt plaats binnen één maand na dat openvallen. Gaat dit laatste gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan vindt het aanwijzen plaats binnen twee maanden na dat openvallen. a. Het algemeen bestuur kan deskundigen van buiten de kring van het algemeen bestuur benoemen, die als adviseur aan het dagelijks bestuur worden toegevoegd. Indien het algemeen bestuur dit uitdrukkelijk bepaalt, kan een deskundige van buiten de kring van het algemeen bestuur ook als lid van het dagelijks bestuur worden benoemd. Het aantal deskundigen van buiten de kring van het algemeen bestuur, dat als lid deel uit maakt van het dagelijks bestuur, zal tegelijkertijd nooit meer bedragen dan twee personen. Een benoeming als lid of adviseur geldt uiterlijk tot de einddatum van de zittingsperiode van het dagelijks bestuur. Bij toepassing van het in dit lid onder b bepaalde is artikel 5, 11e lid, van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Het dagelijks bestuur is bevoegd anderen uit te nodigen als adviseur aan de vergadering deel te nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel