**1..** Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 april een ontwerp-begroting voor het komende dienstjaar, voorzien van een memorie van toelichting en vergezeld van een overzicht van financiële beleidsuitgangspunten voor de komende dienstjaren toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen zes weken na ontvangst daarvan aan het dagelijks bestuur schriftelijk van hun gevoelens doen blijken.
**2..** Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks vóór 1 juni aan het algemeen bestuur de ontwerpbegroting voor het komende d[enstjaar aan, voorzien van een memorie van toelichting en vergezeld van een overzicht van financiele beleidsuitgangspunten voor de komende dienstjaren. Ook de commentaren van de raden der deelnemende gemeenten op de in het eerste lid bedoelde stukken worden bijgevoegd.
**3..** Het algemeen bestuur stelt vervolgens uiterlijk 1 juli de begroting vast.
**4..** Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen veertien dagen na de vaststelling aan de raden der deelnemende gemeenten, die ter zake gedeputeerde staten van hun gevoelen kunnen doen blijken.
**5..** Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen veertien dagen na de vaststelling aan gedeputeerde staten.
**6..** Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten onverwijld in kennis van besluiten van gedeputeerde staten aangaande de begroting.
**7..** Op besluiten tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde in de vorige leden van overeenkomstige toepassing
Artikel 25
BEGROTING
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Sociaal Werkvoorzieningsschap Zeeuwsch-Vlaanderen