Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening gebruik standplaatsen en woonwagencentra 1992

In deze verordening wordt verstaan onder : centrum: de ingevolge de artikelen 2 en 4 van de Woonwagenwet door de gemeenteraad bepaalde plaats; standplaats: een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet (Stb. 1968, 98), dan wel een standplaats als bedoeld in de artikelen 10, 10a of 11 van de Woonwagenwet, of een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Woningwet (Stb. 1991, 439); parkeerplaats: de plaatsen op een centrum bestemd voor het parkeren van personenvoertuigen; woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1 van de Woonwagenwet; standplaatshouder: degene, die een standplaats heeft ingenomen en hiertoe beschikt over een vergunning van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten, of bij gebreke van die vergunning de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt, wordt door burgemeester en wethouders beoordeeld. de beheerder: degene(n) die door burgemeester en wethouders met het beheer op de centra is (zijn) belast; nutsleidingen: leidingen op het gebied van algemene voorzieningen als gas, water, elektriciteit, telefoon, radio en televisie en riolering.

Rechtspraak bij dit artikel