Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Gebruik standplaats

Onderdeel van Verordening gebruik standplaatsen en woonwagencentra 1992

1. De standplaatshouder is verplicht er voor te zorgen, dat de standplaats steeds behoorlijk wordt onderhouden. Bij het onderhoud dienen de regelen en aanwijzingen te worden opgevolgd, die terzake door burgemeester en wethouders of de beheerder worden gegeven. 2. De standplaatshouder zal gebreken aan de standplaats zo spoedig mogelijk melden aan burgemeester en wethouders. 3. Het is de standplaatshouder verboden om : de standplaats geheel of gedeeltelijk aan derden in huur of gebruik af te staan; in of op de standplaats enigerlei nering of bedrijf uit te oefenen of te laten uitoefenen en\of goederen en\of te oefenen of te laten uitoefenen en\of goederen en\of afvalstoffen en dergelijke te hebben of op te slaan, welke betrekking hebben op de uitoefening van enigerlei nering of bedrijf; in of op de standplaats voorwerpen of stoffen aanwezig te hebben, welke door gasvorming, brand- of explosiegevaar, gewicht, lawaai, hinderlijke geur of op enigerlei andere wijze hinder of gevaar veroorzaken of kunnen veroorzaken. 4. Het is de standplaatshouder verboden om, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders: in of op de standplaats aan of bij te bouwen, af te breken of enige andere verandering aan te brengen dan wel zulks te laten gebeuren; de bij de standplaats behorende erfafscheiding te verwijderen, te verplaatsen of anderszins te veranderen dan wel zulks te laten gebeuren. 5. Burgemeester en wethouders weigeren de in het vierde lid bedoelde toestemming, indien de voorgenomen verandering in strijd is met een wettelijk voorschrift en kunnen aan de toestemming voorschriften verbinden. 6. De ingevolge dit artikel gevorderde toestemming is niet vereist in gevallen, waarin wordt gehandeld door vanwege of in opdracht van burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel