**1.** Met het oog op de brandveiligheid is de standplaatshouder verplicht er zorg voor te dragen, dat :
brandbare vloeistoffen en\of gassen, die zich op de standplaats bevinden:1. in goed gesloten deugdelijk vaatwerk zijn opgeslagen en2. uitgezonderd de inhoud van brandstoftanks van motorvoertuigen een hoeveelheid van 5 liter niet te boven gaan;
zonder toestemming van burgemeester en wethouders geen wijzigingen worden aangebracht aan het elektriciteitsnet of gasdistributienet.
**2.** Het bepaalde onder lid 1, sub a, is niet van toepassing bij woonwagens, die niet op het aardgasleidingnet zijn aangesloten. Bij die wagens is het na schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders toegestaan om maximaal twee voor verwarmingsdoeleinden en huishoudelijk gebruik bestemde flessen van elke maximaal 45 liter propaan- en butagas te plaatsen, dan wel stookolie te bewaren in goed gesloten deugdelijk vaatwerk met een maximale capaciteit van 200 liter.
Gasflessen dienen buiten de woonwagen, buiten bereik van onbevoegden op een veilige plaats te worden opgesteld. De bovengrondse olieopslag dient te geschieden op tenminste twee meter afstand van woonwagens; kortere afstanden zijn slechts toelaatbaar, indien de buitenwaden van de woonwagens ter plaatse van het vaatwerk uit onbrandbaar materiaal bestaan met een brandwerendheid van tenminste 30 minuten.
Het olievat dient bovendien te zijn opgesteld in een vloeistofdichte bak met een capaciteit, die tenminste voldoende is om de inhoud van het vat te kunnen opvangen. Indien deze bak in de buitenlucht is geplaatst, moet deze zijn voorzien van een afdak van een zodanige constructie, dat geen hemelwater in de bak kan komen.