In deze verordening wordt verstaan onder:
Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als een aanvrager behorend.
Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2007: het door het college op grond van deze verordening vastgestelde overzicht, omvattende de uitvoeringspraktijk van het geheel van verstrekkingen en bedragen, welke de gemeente in het kader van de Wmo kan verstrekken.
Compenseren: een alternatief bieden voor de beperkingen die iemand heeft om te kunnen participeren in de samenleving, zodanig dat de gevolgen van die beperkingen zoveel mogelijk worden opgeheven, daarbij uitgaande van de zelfredzaamheid van de ondersteuningsvrager.
Eigen bijdrage / eigen betaling of aandeel in de kosten: een door het college vast te stellen bijdrage van de ondersteuningsaanvrager, die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget betaald moet worden en waarop de Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2007 van toepassing zijn
Eigen verantwoordelijkheid: tot de eigen verantwoordelijkheid van de ondersteuningsaanvrager wordt gerekend de mogelijkheden om zelf te voorzien in de kosten van zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie die beschouwd worden als algemeen gebruikelijke kosten. Wanneer sprake is van meerkosten die de algemeen gebruikelijke kosten van maatregelen te boven gaan, wordt de eigen verantwoordelijkheid overschreden.
Financiële tegemoetkoming: een bijdrage in de kosten van een voorziening al dan niet met inachtneming van de inkomenssituatie van de ondersteuningsaanvrager.
Forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening / hulpmiddel wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van een inkomensgrens.
Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse ondersteuning die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden.
Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de ondersteuningsvrager vanaf de toegang tot de woning te bereiken en ruimten die onder het gehuurde vallen en waarvan de ondersteuningsvrager gebruik moet kunnen maken.
Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de ondersteuningsvrager zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven of zal staan ingeschreven, of het feitelijke woonadres als de ondersteuningsvrager iemand met een briefadres is.
Hulp bij het huishouden: ondersteuning bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een persoon dan wel van de leefeenheid waartoe een persoon behoort.
Ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats die door een woonschip wordt ingenomen.
Maatschappelijke participatie: de normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden.
Mantelzorg: langdurige ondersteuning die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving waarbij het verlenen van ondersteuning rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en die de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Mantelzorg vindt plaats op basis van vrijwilligheid, dat wil zeggen dat de mantelzorger zelf aangeeft in staat te zijn deze ondersteuning te verlenen en af te zien van professionele zorg.
Meerkosten: kosten die een ondersteuningsvrager extra moet maken en een niet-ondersteuningsvrager niet.
Medische noodzaak: een door een indicatiesteller of externe arts vastgestelde noodzaak om tot verstrekking over te gaan van één van de in de wet genoemde hulpmiddelen met als doel de door de ondersteuningsvrager ervaren beperkingen geheel of gedeeltelijk op te heffen.
Ondersteuningsvrager: personen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en personen met een psychosociaal probleem en de persoon bedoeld in artikel 2.3.
Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de ondersteuningsvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan (in)kopen.
Respijtzorg: het verlenen van huishoudelijke zorg indien de mantelzorger tijdelijk zijn taken niet kan waarnemen.
Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.
Voorziening / hulpmiddel: hulp bij het huishouden, een woonvoorziening, een rolstoelvoorziening of een vervoersvoorziening; Bij het bepalen van een voorziening/ hulpmiddel wordt rekening gehouden met de persoonskenmerken en behoefte van de ondersteuningsvrager, alsmede met de capaciteit van de ondersteuningsvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien en die op basis van een individuele aanvraag toegekend wordt door de gemeente.
Voorziening in natura: een voorziening die niet in de vorm van een geldsom wordt verstrekt;
Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Woningaanpassing: ingreep die gericht is op het opheffen of verminderen van aantoonbare beperkingen die een ondersteuningsvrager ondervindt bij het normale gebruik van de woonruimte.
Woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen.
Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.
Zelfredzaamheid: de lichamelijke, verstandelijke, geestelijke en financiële mogelijkheden van de ondersteuningsvrager om zelf voorzieningen te treffen en de algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht.