Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1

Artikel 3.1

Type woonvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

1. De door het college te verstrekken woonvoorziening / hulpmiddel, ter compensatie van de beperkingen die iemand ondervindt bij het normale gebruik van de woning en het uitvoeren van de algemene dage­lijkse levensverrichtingen, kan bestaan uit: een forfaitaire vergoeding in de kosten van verhuizing en inrichting. persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing persoonsgebonden budget of een voorziening in natura voor woonvoorzieningen van niet-bouwkundige of woontechnische aard en aanpassingen daar­aan; persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming voor onderhoud, keuring en reparatie; persoonsgebonden budget of een voorziening in natura voor tijdelijke huisvesting; persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming voor huurderving; De in lid 1, sub b bedoelde kosten betreffen: de aanneemsom voor het treffen van de voorziening; het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in De Nieuwe Regeling 2005 (DNR 2005) van de BNA; de kosten van toezicht op de uitvoering, tot een maximum van 2 % van de aanneemsom; de leges; de verschuldigde en niet verrekenbare- of terugvorderbare omzetbelasting; renteverlies, in verband met betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover dit ver­band houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen; de prijs van bouwrijpe grond, als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, ge­maximeerd aan hetgeen gesteld is in artikel 3.9; de kosten in verband met technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de ondersteuningsvrager, voor zover de kosten onder a t/m k meer dan in het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2007 genoemd bedrag bedragen, bedragen 10% van die kosten, met een maximum van het in het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2007 genoemde bedrag. 2. Van de in het vorige lid genoemde persoonsgebonden budgetten zijn uitgezonderd een persoonsge­bonden budget voor voorzieningen in situaties zoals genoemd in het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2007. 3. Het college kan de in het eerste lid onder b, c, d en e genoemde voorziening ook als voorziening in natura verstrekken, al dan niet in bruikleen, behalve in situaties zoals genoemd in het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2007.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel