Het college verleent slechts een persoonsgebonden budget in de aanpassingskosten van een woonwagen als:
de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal 5 jaar is;
de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt;
de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente op de rechtmatige standplaats stond; en
de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning als bedoeld in de Woningwet.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5
Artikel 3.11
Aanpassingen van woonwagens
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning