Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6

Artikel 3.14

Verhuis- en (her)inrichtingskosten

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

1. Het college kan een forfaitaire vergoeding verstrekken voor verhuis- en inrichtingskosten, als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder a, aan de ondersteuningsvrager, als deze op verzoek van het college verhuist naar een reeds aangepaste of goedkoper aan te passen woning; de persoon, die op verzoek van het college en ten behoeve van de ondersteuningsvrager de woonruimte ontruimt. 2. Het college verleent slechts een forfaitaire vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder a als: de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat het college op de aanvraag heeft beschikt, tenzij zij daar schriftelijk toestemming voor hebben verleend. de ondersteuningsvrager niet voor het eerst zelfstandig gaat wonen; de ondersteuningsvrager niet verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden; de ondersteuningsvrager niet verhuisd is naar een AWBZ- inrichting of een ander instelling gericht op het verstrekken van zorg. in de te verlaten woonruimte belemmeringen als gevolg van ziekte of gebrek zijn ondervonden, tenzij het een verhuizing naar een ADL-woning betreft; het college verleent slechts een forfaitaire vergoeding in de verhuis- en inrichtingskosten als de ondersteuningsvrager niet verhuisd is op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie de verhuizing ook zonder handicap algemeen gebrui­kelijk geacht zou zijn. 3. Het college stelt nadere regels in het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2007 omtrent de hoogte van de forfaitaire vergoeding, als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder a.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel