Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Het recht op een rolstoel

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

1. Een ondersteuningsvrager kan voor een rolstoel in aanmerking worden gebracht wanneer de aan­toonbare beperkingen meerdere malen per week zittend verplaat­sen noodzakelijk maken en hulp­middelen die verstrekt worden op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten niet toerei­kend zijn. 2. In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid kan een ondersteuningsvrager in aanmer­king voor een sportrolstoel worden gebracht als de ondersteuningsvrager zonder sportrolstoel niet in staat is tot sportbeoefening. 3. In uitzondering op het gestelde in artikel 4.2. lid 1 en 2 komt een persoon die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rol­stoel in aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op grond van de AWBZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel