**1.** Een ondersteuningsvrager kan voor een rolstoel in aanmerking worden gebracht wanneer de aantoonbare beperkingen meerdere malen per week zittend verplaatsen noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten niet toereikend zijn.
**2.** In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid kan een ondersteuningsvrager in aanmerking voor een sportrolstoel worden gebracht als de ondersteuningsvrager zonder sportrolstoel niet in staat is tot sportbeoefening.
**3.** In uitzondering op het gestelde in artikel 4.2. lid 1 en 2 komt een persoon die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op grond van de AWBZ.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Het recht op een rolstoel
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning