**1.** Een besluit tot verlening van een voorziening wordt geheel of gedeeltelijk ingetrokken:
als de door de rechthebbende of zijn echtgenoot verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest dat, als de juiste gegevens bekend waren geweest, het college niet tot toekenning zou zijn overgegaan, respectievelijk tot het treffen van een andere voorziening of andere voorzieningen zou hebben besloten;
ingeval van wijzigingen in de omstandigheden van de ondersteuningsvrager, als ten gevolge daarvan de noodzaak als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, sub a, is komen te vervallen, dan wel als ten gevolge daarvan de ondersteuningsvrager in aanmerking dient te worden gebracht voor een andere voorziening, gelet op het bepaalde in artikel 1.2, eerste lid sub c;
als achteraf blijkt dat een aanspraak als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, sub d, te gelde wordt of kan worden gemaakt;
als niet is voldaan aan een of meer voorwaarden, gesteld bij of krachtens deze verordening;
bij overlijden van de ondersteuningsaanvrager.
**2.** Een besluit tot het verlenen van een natura voorziening of een persoonsgebonden budget, wordt ingetrokken als blijkt dat de ondersteuningsvrager zijn hoofdverblijf als bedoeld in artikel 1.1, sub n, niet meer in de gemeente heeft;
**3.** Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken, als blijkt dat die binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor deze was verleend, behalve bij woningaanpassingen als bedoeld in artikel 3.7 lid 1.
**4.** Als een besluit tot het verlenen van een voorziening is ingetrokken worden de ten onrechte gemaakte kosten teruggevorderd van de ondersteuningsvrager.
**5.** In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.