**1.** Het bestuur kan een bestuurslid dat naar zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van het bestuur, ontslaan of voor maximaal vier maanden schorsen. Bij schorsing vermeldt het bestuur de gevolgen daarvan.
**2.** Het bestuur kan een bestuurslid schorsen of ontslaan, mits daartoe wordt besloten met een tweederde meerderheid van stemmen in een vergadering die speciaal voor dit doel is belegd. Het bestuur onderwerpt het besluit onmiddellijk aan het oordeel van de raad, die zo spoedig mogelijk daarop beslist of hij de schorsing of het ontslag al dan niet bevestigt. De schorsing of het ontslag gelden dan als door de raad besloten.
**3.** Wanneer de raad schorsing of ontslag als bedoeld in het vorige lid bevestigt, wordt de schorsings- of ontslagtermijn geacht ingegaan te zijn op het moment van het bestuursbesluit daartoe;
**4.** Overeenkomstig het bepaalde in artikel 47 lid 8 van de wet is de raad in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de openbare rechtspersoon te ontbinden.