Naar hoofdinhoud

Afdeling I › Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Son en Breugel 2002

In deze verordening wordt verstaan onder: Voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel. Inkomen: 1 het netto-inkomen, conform de berekening zoals aangegeven in het Besluit nadere regels verordening voorzieningen gehandicapten; 2 het gezamenlijk netto-inkomen, conform de berekening zoals aangegeven in het Besluit nadere regels verordening voorzieningen gehandicapten van de ouders of pleegouders van de gehandicapte, indien de gehandicapte jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 van de Wet; 3 het gezamenlijk netto-inkomen, conform de berekening zoals aangegeven in het Besluit nadere regels verordening voorzieningen gehandicapten van de gehandicapte en zijn echtgenoot, indien de gehandicapte een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 van de Wet. Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. Woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen. Ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats welke door een woonschip wordt ingenomen. Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan, dan wel het feitelijk woonadres indien de gehandicapte met een briefadres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan. Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de toegang tot de woning te bereiken. Woningaanpassing: ingreep van bouwkundige of woontechnische aard die: 1 gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen die een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van zijn woonruimte; of 2 betrekking heeft op een uitraasruimte. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte. Forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van een inkomensgrens. Gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met in achtneming van een inkomensgrens. Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen of in huur wordt verstrekt. Normbedrag: een forfaitaire of een gemaximeerde vergoeding. Norminkomen: het norminkomen als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen WVG. Eigen bijdrage: een door burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura betaald moet worden en op welk bedrag de bepalingen van de 'Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen WVG' van toepassing zijn. Algemeen gebruikelijke voorziening: door de gehandicapte aangevraagde voorziening waarover een niet-gehandicapte persoon, die in vergelijkbare persoonlijke omstandigheden als de aanvrager verkeert, naar maatschappelijke maatstaf en redelijkerwijs de beschikking zou (kunnen) hebben. Wet: de Wet voorzieningen gehandicapten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel