In deze verordening wordt verstaan onder:
Voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of
een rolstoel.
Inkomen: 1 het netto-inkomen, conform de berekening zoals
aangegeven in het Besluit nadere regels verordening
voorzieningen gehandicapten; 2 het gezamenlijk
netto-inkomen, conform de berekening zoals aangegeven in het
Besluit nadere regels verordening voorzieningen
gehandicapten van de ouders of pleegouders van de
gehandicapte, indien de gehandicapte jonger is dan 18 jaar
en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 van de Wet;
3 het gezamenlijk netto-inkomen, conform de berekening zoals
aangegeven in het Besluit nadere regels verordening
voorzieningen gehandicapten van de gehandicapte en zijn
echtgenoot, indien de gehandicapte een echtgenoot heeft in
de zin van artikel 1 van de Wet.
Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst
op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan
worden verplaatst.
Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een
woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het
leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere
instellingen of van gemeenten kunnen worden
aangesloten.
Woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak
wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of
inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag-
of nachtverblijf van een of meer personen.
Ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats welke
door een woonschip wordt ingenomen.
Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
permanente bewoning, waar de gehandicapte zijn vaste woon-
en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij
in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of
zal staan, dan wel het feitelijk woonadres indien de
gehandicapte met een briefadres in de gemeentelijke
basisadministratie ingeschreven staat of zal staan.
Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw,
niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en
noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de
toegang tot de woning te bereiken.
Woningaanpassing: ingreep van bouwkundige of woontechnische
aard die: 1 gericht is op het opheffen of verminderen van
ergonomische beperkingen die een gehandicapte ondervindt bij
het normale gebruik van zijn woonruimte; of 2 betrekking
heeft op een uitraasruimte.
Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten
van een voorziening welke kan worden afgestemd op het
inkomen van de gehandicapte.
Forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens die los van het
inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening
wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van een
inkomensgrens.
Gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een
voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt,
al dan niet met in achtneming van een inkomensgrens.
Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in
bruikleen of in huur wordt verstrekt.
Normbedrag: een forfaitaire of een gemaximeerde
vergoeding.
Norminkomen: het norminkomen als bedoeld in artikel 1 aanhef
en onder c van de Regeling inzake financiële
tegemoetkomingen en eigen bijdragen WVG.
Eigen bijdrage: een door burgemeester en wethouders vast te
stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een
voorziening in natura betaald moet worden en op welk bedrag
de bepalingen van de 'Regeling inzake financiële
tegemoetkomingen en eigen bijdragen WVG' van toepassing
zijn.
Algemeen gebruikelijke voorziening: door de gehandicapte
aangevraagde voorziening waarover een niet-gehandicapte
persoon, die in vergelijkbare persoonlijke omstandigheden
als de aanvrager verkeert, naar maatschappelijke maatstaf en
redelijkerwijs de beschikking zou (kunnen) hebben.
Wet: de Wet voorzieningen gehandicapten.
Afdeling I › Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Son en Breugel 2002