**1.** Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bedoeld in
artikel 2.1 aanhef en onder 1 sub a in aanmerking worden
gebracht wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van
ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning
belemmeren.
**2.** Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bedoeld in
artikel 2.1 aanhef en onder 1 sub b in aanmerking worden
gebracht indien de in het eerste lid genoemde voorziening
niet te realiseren is of niet de goedkoopst adequate
voorziening is en de voorziening gericht is op het opheffen
of verminderen van ergonomische beperkingen.
**3.** Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bedoeld in
artikel 2.1 aanhef en onder 1 sub c in aanmerking worden
gebracht indien de in het eerste en het tweede lid genoemde
voorzieningen niet te realiseren zijn of niet de goedkoopst
adequate voorzieningen zijn en wanneer aantoonbare
beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale
gebruik van de woning belemmeren.
**4.** Een gehandicapte kan voor een combinatie van de
voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1 aanhef en onder 1
sub a tot en met c in aanmerking worden gebracht indien de
in het eerste tot en met het derde lid genoemde
voorzieningen afzonderlijk niet de goedkoopste adequate
voorzieningen zijn en wanneer aantoonbare beperkingen als
gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de
woning belemmeren. Daarbij geldt dat een woonvoorziening als
bedoeld in artikel 2.1 aanhef en onder 1 sub b als onderdeel
van de combinatie van voorzieningen slechts wordt verstrekt
indien deze gericht is op het opheffen of verminderen van
ergonomische belemmeringen.
**5.** Burgemeester en wethouders kunnen besluiten af te zien van
het in dit artikel neergelegde primaat van verhuizing in de
gevallen aangegeven in het Besluit nadere regels verordening
voorzieningen gehandicapten.