Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 10

Artikel 2:40a

Speelautomatenhallen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren; 2. De burgemeester kan vergunning verlenen voor maximaal één speelautomatenhal; 3. De in lid 2 vermelde vergunning wordt verstrekt voor zover het maximum aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen nog niet is verleend en, a. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van een winkelstraat/winkel buurt niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal geen strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan dan wel een stadsvernieuwingsplan c.q. Leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads en dorpsvernieuwing. 4. In de speelautomatenhal waarvoor een vergunning is verleend op grond van lid 2 mogen maximaal 35 speelautomaten worden geplaatst. 5. De burgemeester kan nadere regels stellen over speelautomatenhallen. 6. De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden is ontvangen. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd. De beslissing wordt alleen verdaagd als de complexiteit van de aanvraag dat noodzakelijk maakt.

Rechtspraak bij dit artikel