Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Subsidieregeling instandhouding cultuurhistorische waarden gemeente Groenlo 2005

Deze regeling verstaat onder: 1. Onderhoud: werkzaamheden noodzakelijk om een monument in goede staat te houden, c.q. als zodanig in stand te houden en/of om toekomstig groot onderhoud en restauraties te voorkomen of te verminderen; 2. Restauratie: werkzaamheden noodzakelijk om een monument in goede staat te brengen en die het onderhoud genoemd in lid a van deze regeling te boven gaan; 3. Cultuurhistorische waarde: object of structuur van historisch-bouwkundige, archeologische en/of historisch-geografische waarde zoals deze in ieder geval zijn opgenomen in een gemeentelijke lijst. Voor molens, gemalen of door stoom aangedreven objecten kan dit eveneens de rijkslijst betreffen; 4. Monument: a. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; b. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder a; 5. Gemeentelijk monument: roerend of onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; 6. Gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken; 7. Beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; 8. Kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; 9. Monumentencommissie: de door de raad ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak burgemeester en wethouders gevraagd en ongevraagd te adviseren over het toepassen van de Monumentenwet 1988, de gemeentelijke monumenten verordening en over alle andere zaken met betrekking tot cultuurhistorie, monumentenzorg en archeologie.; 9. Archeologie: de wetenschap die onder meer door bestudering van materiële overblijfselen uit het verleden inzicht tracht te krijgen in oude culturen. 10. Archeologisch onderzoek: het zoeken naar sporen en het verzamelen en documenteren van archeologisch relevante gegevens met als doel het in kaart brengen van de aard, de omvang en de kwaliteit van het bodemarchief. Het archeologisch onderzoek wordt verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 11. Beschermde archeologische vindplaats: onroerende zaken en terreinen, of een groep van onroerende zaken en terreinen, die door hun ligging en geschiedenis van belang zijn voor de archeologische wetenschap en die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening op de gemeentelijke monumentenlijst zijn geplaatst; 12. Bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument; 13. Eigenaren en zakelijk gerechtigden: diegenen die in de kadastrale registers als eigenaren en zakelijk gerechtigden van een monument zijn ingeschreven; 14. Subsidiabele kosten: de kosten voor het plegen van onderhoud of restauratie aan een monument, een en ander ter beoordeling door het college van burgemeester en wethouders; 15. Uitvoeringvoorschriften: technische voorwaarden waaraan specifieke onderhouds- of restauratiewerkzaamheden moeten voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel