1. De hoogte van de verschillende subsidiebedragen is afhankelijk van de uitgevoerde activiteiten.
2. Subsidie voor onderhoud of restauratie als bedoeld in artikel 5 bedraagt 25 % van de subsidiabele kosten voor:
a) onderhoud aan gemeentelijke monumenten met een maximum van € 5.000,-- per monument per kalenderjaar;
b) restauratie van gemeentelijke monumenten met een maximum van € 25.000,-- per monument per 5 kalenderjaren (eenmaal per 5 jaar);
c) onderhoud aan rijksmonumenten: idem als a. en b., indien aantoonbaar kan worden gemaakt dat geen subsidie op grond van de BRIM (vh BROM) of belastingvoordeel genoten kan worden.
3. Subsidie voor archeologie als bedoeld in artikel 6 bedraagt 25 % van de subsidiabele kosten voor:
a) archeologische begeleiding, -noodopgraving of -vervolgonderzoek met een maximum van
€ 5.000,- per onderzoekslocatie;
b) archeologische inspectie of -beschrijving met een maximum van € 2.000,- per onderzoekslocatie;
4. Subsidie voor bouwhistorisch onderzoek als bedoeld in artikel 7 bedraagt 25 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5.000,-- per onderzoekslocatie.
Hoofdstuk 2
Artikel 14
Hoogte
Onderdeel van Subsidieregeling instandhouding cultuurhistorische waarden gemeente Groenlo 2005