1. De aanvraag voor subsidieverlening dient schriftelijk, op een daartoe bedoeld formulier, in 3-voud bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend. De aanvraag dient vóór 1 april van het jaar waarin de werkzaamheden uitgevoerd zullen worden en voordat met de werkzaamheden wordt begonnen, te worden ingediend;
2. Indien er na de behandeling van de aanvragen welke vóór 1 april zijn ingediend, blijkt dat er nog budget beschikbaar is, geldt een uiterste indieningsdatum van 1 oktober;
3. De subsidieverlening vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen om subsidie.
4. Bij de aanvraag dient te worden overlegd:
a. een gespecificeerde begroting van de met de werkzaamheden verband houdende kosten en baten, voorzien van een duidelijke toelichting;
b. een inspectierapport, niet ouder dan 3 jaar, van de Stichting Monumentenwacht Gelderland of van een onafhankelijk deskundige;
c. een afschrift van eventueel noodzakelijke (bouw-, en/of monumenten)vergunning(en);
5. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat naast de in het 2e lid genoemde bescheiden andere gegevens worden overgelegd.
6. Burgemeester en wethouders delen de aanvrager binnen 2 weken na ontvangst mee dat, indien de aanvraag niet voldoet aan lid 1 t/m 4 van dit artikel, de aanvrager de gelegenheid krijgt binnen 2 weken aanvullende gegevens in te dienen.
7. Burgemeester en wethouders beslissen tot subsidieverlening binnen 8 weken nadat de aanvraag is ingediend; aan de subsidieverlening kunnen voorwaarden verbonden worden;
8. Indien lid 5 van toepassing is zal de beslistermijn, conform artikel 4:15 Algemene wet bestuursrecht, worden opgeschort met maximaal 2 weken;
9. De onder lid 7 genoemde beslissing wordt schriftelijk aan de aanvrager meegedeeld;
Hoofdstuk 2
Artikel 8
Voorwaarden
Onderdeel van Subsidieregeling instandhouding cultuurhistorische waarden gemeente Groenlo 2005