In deze verordening wordt verstaan onder:
a) Sociale huurwoning: een huurwoning met een
aanvangshuur onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a
van de Wet op de huurtoeslag.
b) Sociale koopwoning: een koopwoning met een koopprijs vrij op name van ten
hoogste het bedrag genoemd in artikel 26, tweede lid, onder g, van het
Besluit beheer sociale huursector.
d) Huishouden: een huishouden, bestaande uit een natuurlijk persoon en zijn
niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerd partner, of
degene die met hem een gezamenlijke huishouding voert of zal gaan voeren in
de te huren of aan te kopen woning, niet zijnde kinderen of
pleegkinderen.
e) Peiljaar: indien de datum van de start van de inschrijfprocedure voor een
sociale koopwoning in de eerste helft van het kalenderjaar ligt: het
kalenderjaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarin deze datum ligt;
indien de datum van de start van de inschrijfprocedure in de tweede helft
van het kalenderjaar ligt: het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar
waarin deze datum ligt.
f) Beschikbaar eigen geld: het vermogen van de tot het huishouden behorende
personen.
g) Inkomen: Verzamelinkomen van de tot het huishouden behorende personen in
het berekeningsjaar (in geval van een sociale huurwoning) of peiljaar (in
geval van een sociale koopwoning) op basis van de Wet op de
inkomstenbelasting 2001 of, wanneer geen inkomstenbelasting wordt geheven,
het belastbare loon volgens de Wet op de loonbelasting 1964.
h) Algemene maximale huurgrens huurtoeslag: het in artikel 13, eerste lid,
onder a van de Wet op de huurtoeslag opgenomen huurbedrag per maand, dat
jaarlijks door de minister van Wonen, Wijken en Integratie wordt
geïndexeerd.
i) Aftoppingsgrens voor drie- en meerpersoonshuishoudens: het in artikel 20,
tweede lid, onder b van de Wet op de huurtoeslag opgenomen huurbedrag per
maand, dat jaarlijks door de minister van Wonen, Wijken en Integratie wordt
geïndexeerd.