Bij besluit van 9 maart 2007 is het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (Bro 1985) gewijzigd. Ter uitvoering van de “motie Veenendaal“ is de in artikel 20 Bro 1985 vervatte opsomming uitgebreid met een mogelijkheid (derde lid, onderdeel g) die ziet op een afwijking van het bestemmingsplan, middels vrijstelling ex artikel 19, derde lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), voor wijziging in het gebruik van een recreatiewoning ten behoeve van bewoning, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
De voorwaarden zijn dat:
de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen;
bewoning in elk geval niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden;
de aanvrager voor, maar in elk geval op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sindertdien onafgebroken bewoont.
Voorts wordt in het vierde lid bepaald dat de vrijstelling uitsluitend geldt voor de aanvrager en diens met name genoemde meerderjarige huisgenoot die voldoet aan het eerste lid, onderdeel g. Zij vervalt in elk geval zodra deze personen de bewoning hebben beëindigd. Het vijfde lid bepaalt dat vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onder g, in elk geval wordt geweigerd, indien verlening in strijd is met door de gemeente op 31 oktober 2003 gevoerd handhavingsbeleid ten aanzien van het gebruik van recreatiewoningen.
In tegenstelling tot de overige in artikel 20 Bro 1985 genoemde vrijstellingen, die op objectgebonden omstandigheden betrekking hebben en algemeen van karakter zijn, gaat het in het geval van de hier gecreëerde uitbreiding om een persoons- en objectgebonden vrijstelling.
Deze regeling heeft een tijdelijk karakter. Het gaat er om om de op de peildatum al bestaande probleemsituaties zo spoedig mogelijk aan te pakken. Daarom is gekozen voor een wijziging van het van kracht zijnde Bro om in díe situaties onder voorwaarden de genoemde ‘afwijkingsmogelijkheid’ te kunnen bieden. De periode om een dergelijke vrijstelling aan te vragen eindigt dan ook met het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening (Bro), welke gelijktijdig in werking treedt met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro), naar verwachting op 1 januari 2008.
Dit wijzigingsbesluit treedt in werking op 1 juni 2007 waardoor vanaf dat moment vrijstelling ex artikel 19, derde lid WRO kan worden aangevraagd. Het is aan burgemeester en wethouders om te beoordelen of zij op verzoek aan deze vrijstelling toepassing willen geven. Een eventueel negatief luidende reactie kan door een rechter worden getoetst.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1.4
Wijziging Besluit op de ruimtelijke ordening
Onderdeel van Beleidsnota onrechtmatige bewoning recreatiewoonverblijven