De budgethouder, diens wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde, is zelf verantwoordelijk voor het inkopen van ‘kwalitatief goede zorg’, hulp en begeleiding. Bij de invoering van het Pgb in de AWBZ heeft het ministerie van VWS er uitdrukkelijk voor gekozen om die verantwoordelijkheid bij de budgethouder zelf neer te leggen. Onder de Wmo blijft dit binnen de gemeente Bronckhorst onveranderd. Wel vallen bepaalde ‘voorbehouden handelingen’ onder de regels van de wet Beroepen individuele Gezondheidszorg (wet BIG). Die handelingen mogen alleen uitgevoerd worden door mensen die daartoe bevoegd en bekwaam zijn. Het gaat hierbij met name om verpleegkundige handelingen. Daarnaast wordt, indien van toepassing en als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de verordening, bij de beschikking een programma van eisen verstrekt. Dat de budgethouder zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit, betekent dat deze de gemeente hierop niet kan aanspreken. De gemeente is in dit geval immers geen opdrachtgever van de dienstverlener of koper, dat is de budgethouder zelf. Voor veel voorzieningen (zoals een rolstoel) geldt dat deze een technische levensduur van gemiddeld 5 tot 7 jaar hebben. Elke voorziening die met behulp van een Pgb of in natura is verstrekt dient dus 5 tot 7 jaar mee te gaan (afhankelijk van de voorziening). Bij een Wmo-voorziening is de technische levensduur vaak langer dan dat een ondersteuningsvrager er gebruik van kan maken of maakt. Zo kan de budgethouder dus een budget voor een rolstoel hebben waar hij vijf jaar mee moet doen, maar na twee jaar door andere of verergerde beperkingen al een nieuwe rolstoel nodig hebben. Het budget is echter op. De gemeente heeft nog steeds een compensatieverplichting. Vervanging of tussentijdse aanpassingen van het met behulp van het Pgb gekochte voorziening is alleen toegestaan op grond van medische noodzaak. In het geval dat de toestand van de ondersteuningsvrager achteruit is gegaan en dus een nieuwe rolstoel geïndiceerd is, wordt bekeken of er nog een restant van het eerste Pgb voor de aanschaf van de nieuwe rolstoel over is. Indien dit het geval is, wordt dat van het nieuwe toe te kennen Pgb afgetrokken. Indien de ondersteuningsvrager geen restant van het eerste Pgb meer over heeft, dient de gemeente een nieuw Pgb of verstrekking in natura te verstekken. In dergelijke situatie wordt overigens door de gemeente altijd nagegaan of de ondersteuningsvrager een rolstoel heeft aangeschaft conform het programma van eisen dat in de beschikking is vermeld. Indien dit niet het geval is, ligt de verantwoordelijkheid bij de ondersteuningsvrager zelf en wordt er dus niet een nieuw Pgb verstrekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.5
Kwaliteit en technische levensduur
Onderdeel van Beleidsregels (verstrekkingenboek) voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2007