Wanneer een persoon kiest voor een Pgb, dan zal hij verantwoording dienen af te leggen over de besteding van het ontvangen bedrag. De gemeente zal dit steekproefsgewijs controleren, zie artikel 6 lid 5 van de verordening. De cliënt krijgt een overzicht van het toegekende bedrag. Op dit overzicht zal de cliënt de volgende informatie vinden:
Wat is het budget waarmee de ondersteuning kan worden ingekocht;
Wat is de periode waarvoor de toekenning geldt;
Wat is/zijn de periode(n) waarover de gemeente het budget op de rekening van de Pgb-houder overmaakt.
De cliënt zal de besteding van het Pgb-bedrag dienen te verantwoorden. Bij hulp bij het huishouden dient de Pgb-houder op basis van een schriftelijke overeenkomst in ieder geval de volgende gegevens te verantwoorden:
Het bedrag dat per uur is betaald;
Het aantal betaalde werkuren;
Naam, adres, sofi-nummer van de hulpverlener;
Of de rekeningen van de instellingen waarbij de zorg is ingekocht.
Van iedere uitgave moet de Pgb-houder een bewijs van betaling kunnen laten zien. Dit betekent dat alle betalingen gedaan moeten worden met een overboeking per bank of giro. De verantwoording van het Pgb-bedrag in geval van een hulpmiddel of een voorziening zal dienen te gebeuren met het overleggen van de volgende bescheiden:
De originele factuur van het aangeschafte hulpmiddel of voorziening;
Een kopie van het betalingsbewijs waaruit blijkt dat de factuur is betaald door de Pgb-houder;
Een kopie van een onderhouds- en servicecontract en/of verzekering (indien van toepassing).
Bij de verantwoording dient de Pgb-houder rekening te houden met het eigen bijdrage deel. Dit is immers het bedrag die hij eerst dient te gebruiken, aangevuld met het bedrag dat de gemeente overmaakt op de rekening. Dit betekent dat de verantwoording dient plaats te vinden over het bruto-Pgb. De kosten die iemand zelf moet bijdragen zijn wel weer aftrekbaar van de belasting. Steekproefsgewijs zal het college dus bepalen bij welke budgethouders de bovengenoemde stukken zullen worden opgevraagd om te controleren of het persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. Is dat het geval, dan hoeft er verder niets te gebeuren. Is het persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan vordert het college het Pgb geheel of gedeeltelijk terug. Daarbij zal leidend zijn of er opzet in het spel is geweest, of dat sprake is geweest van onwetendheid. In die laatste situatie wordt overlegd dat deze situatie in de toekomst vermeden dient te worden. Bij opzet moet afgewogen worden of terugvordering in verhouding staat tot wat er bewust onjuist is gedaan. In artikel 8 van het besluit is het volgende bepaald:
Het Pgb wordt teruggevorderd als:
het budget niet wordt aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt;
de ondersteuningsvrager voordat hij de voorziening heeft aangekocht of besteld overlijdt of verhuist naar een andere gemeente;
door een voortschrijdend ziektebeeld de geïndiceerde voorziening niet meer adequaat is en de ondersteuningsvrager met het toegekende budget de voorziening nog niet heeft aangekocht of besteld;
de ondersteuningsvrager zich niet houdt aan de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget is verstrekt. Daarnaast kan een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden budget, zodra deze voorziening niet meer gebruikt wordt, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, door het college worden opgehaald en voor herverstrekking beschikbaar gesteld. Indien de ondersteuningsvrager nadat de voorziening is aangekocht bijvoorbeeld overlijdt of is hersteld, wordt verzocht de voorziening aan de gemeente terug te geven. Deze voorziening wordt dan voor herverstrekking in depot gezet. Indien een ondersteuningsvrager verhuisd naar een andere gemeente wordt die gemeente verzocht de voorziening over te nemen. Indien deze niet wenst mee te werken aan de overname, wordt de voorziening ingenomen en voor herverstrekking in depot geplaatst.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.7
Verantwoording en terugvordering
Onderdeel van Beleidsregels (verstrekkingenboek) voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2007