Artikel 7 van de verordening bepaalt dat bij het verstrekken van individuele voorzieningen (in natura of via Pgb) op grond van de Wmo de ondersteuningsvrager een eigen bijdrage verschuldigd is of dat de financiële tegemoetkoming wordt afgestemd op het inkomen van de ondersteuningsvrager (zgn. eigen aandeel). In hoofdstuk 4 van het besluit is nadere invulling gegeven aan de eigen bijdrage en het eigen aandeel. Met name van belang is artikel 9 van het besluit. Daarin is de (maximale) omvang van de eigen bijdrage of het eigen aandeel vastgesteld. De gemeente gaat uit van de ‘kabinetsvariant’. Mensen die een inkomen hebben tot 120% van het sociaal minimum, betalen voor de extramurale AWBZ en de Wmo samen in 2007 niet meer dan € 215,80 (eenpersoons huishouden) of € 309,40 (meerpersoons huishouden). Deze eigen bijdrage is de inkomensonafhankelijke eigen bijdrage. Voor mensen met een inkomen boven dit sociaal minimum geldt dat zij van het meerdere inkomen maximaal 15% extra aan eigen bijdrage gaan betalen, de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Eigen bijdrage Artikel 16 van de Wmo bepaald dat een eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door een door de minister van VWS aan te wijzen rechtspersoon. In de Regeling maatschappelijke ondersteuning, Staatscourant van 22 december 2006, nr. 250, heeft de minister in artikel 2 het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten (CAK-BZ) daartoe aangewezen. Derhalve worden de eigen bijdragen in de gemeente Bronckhorst berekend en geïnd door het CAK-BZ. Het CAK werkt met verzamelinkomens vanuit een peiljaar, welk jaar twee jaar voor het lopende jaar ligt. Dit is noodzakelijk om over de verzamelinkomens, die afkomstig zijn van de belastingdienst, te kunnen beschikken. Dit betekent desondanks dat er soms eerst een voorlopige vaststelling zal plaatsvinden en achteraf een definitieve vaststelling. Een eigen bijdrage voor een persoonsgebonden budget of een voorziening in natura mag elke 4 weken gevraagd worden, maar mag niet de omvang die in het besluit is vastgelegd, te boven gaan. Ook mag een eigen bijdrage de kostprijs van de voorziening niet te boven gaan. De gemeente Bronckhorst bepaalt de kostprijs van de diverse Wmo-voorzieningen en de daaraan gekoppelde eigen bijdrage per 4 weken. Indien de maximale eigen bijdrage per 4 weken van de ondersteuningsvrager de totale kostprijs overschrijdt, dan betaalt hij de kostprijs. Wanneer de totale kostprijs de maximale eigen bijdrage per 4 weken van de ondersteuningsvrager overschrijdt, dan betaalt hij de maximale eigen bijdrage. Wordt een woon- of vervoersvoorziening in de vorm van een Pgb of in natura aan de ondersteuningsvrager verstrekt, dan vraagt de gemeente de eigen bijdrage per 4 weken gedurende 3 jaar. Gaat het om een Pgb of een voorziening in natura voor een doorlopende zaak, zoals hulp bij het huishouden, die niet in eigendom wordt verstrekt, dan vraagt de gemeente de eigen bijdrage zo lang als de voorziening wordt gebruikt. Eigen aandeel De bovengenoemde regels met betrekking tot de eigen bijdrage gelden ook voor het eigen aandeel bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming. Er zijn echter twee aantal belangrijke verschillen:
het eigen aandeel bij een financiële tegemoetkoming wordt berekend en geïnd door de gemeente zelf;
inning van het eigen aandeel geschiedt eenmalig door verrekening met de financiële tegemoetkoming.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.9
Eigen bijdrage of eigen aandeel
Onderdeel van Beleidsregels (verstrekkingenboek) voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2007