**1..** Onder de naam “belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten” worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten, twee directe belastingen geheven:
een gebruikersbelasting van degene die - naar de omstandigheden beoordeeld - bij het begin van het kalenderjaar een ruimte, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
**2..** Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen lid van dat huishouden;
gebruik door degene aan wie een deel van een ruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;
het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld.
**3..** Degene die een in het vorige lid, onder b bedoelde deel of een onder c bedoelde ruimte ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan ter beschikking is gesteld.
Artikel 2
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2011