De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen spreken vanaf een andere plek.
Er wordt gesproken vanaf het spreekgestoelte. Voorzitter kan toestemming geven om te spreken vanaf de eigen plaats
De voorzitter geeft de raadsleden het woord wanneer die met tekens of gebaren aangegeven hebben dat zij het woord willen voeren.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 19
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de gemeenteraad