Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 37b

Mondelinge vragen aan het college

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

Na de inspreekronde voor burgers is er gelegenheid tot het stellen van vragen door de leden van de raad aan het college van burgemeester en wethouders over onderwerpen die niet op de agenda zijn vermeld. Leden van de raad die van deze mogelijkheid tot het stellen van vragen gebruik willen maken, melden dit onder bekendmaking van het onderwerp uiterlijk aan het begin van de vergadering bij de griffier. De griffier maakt dit bij aanvang van de vergadering bekend aan de voorzitter, die vervolgens de raad hiervan in kennis stelt. De voorzitter bepaalt de volgorde van de behandeling van de vragenronde, alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de wethouders of de burgemeester en de overige raadsleden. Per onderwerp wordt de vragensteller het woord verleend om de vraag te stellen en daarop zo nodig een toelichting te verstrekken. De overige leden van de raad en de burgemeester en wethouders kunnen voordat de vragen worden beantwoord zo nodig in een termijn verduidelijkende vragen stellen. De voorzitter verleent, voordat de vragen zijn beantwoord, de overige leden van de raad de gelegenheid over hetzelfde onderwerp aanvullende vragen te stellen aan de burgemeester en de wethouders. Nadat beantwoording heeft plaatsgevonden, worden de vragenstellers en overige raadsleden over dat onderwerp in de gelegenheid gesteld aanvullende vragen te stellen naar aanleiding van het gegeven antwoord. Indien beantwoording van de vragen door de burgemeester en de wethouders is twee termijnen niet mogelijk is, wordt het onderwerp ter bepaling van de raad behandeld in de komende raadsvergadering dan wel in een door de raad te bepalen commissievergadering. Tijdens en naar aanleiding van de vragenronde zijn interrupties niet toegestaan. Tijdens en naar aanleiding van de vragenronde zijn de leden van de raad bevoegd moties in te dienen.

Rechtspraak bij dit artikel