**1.** Het college kan de vergunning intrekken, alsa. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;b. blijkt dat de vergunninghouder de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, derde lid niet naleeft;c. de omstandigheden, zoals die bekend waren ten tijde van de vergunningverlening zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder moet wegen dan het belang bij de gebruikmaking van de vergunning;d. niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden waarop de vergunning betrekking heeft, een aanvang is gemaakt;e. tussen het begin en het einde van de werkzaamheden waarop de vergunning betrekking heeft, deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.
**2.** Het bepaalde in artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. Het besluit tot intrekking wordt met redenen omkleed en ter kennisneming in afschrift gezonden aan de Monumentencommissie.