**1.** Het college kan al dan niet op verzoek van een belanghebbende, indien de feiten en omstandigheden gewijzigd zijn, de aanwijzing als beschermd beeldbepalend pand intrekken.
**2.** Artikel 13, tweede lid, alsmede artikel 14, eerste en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het aanwijzingsbesluit.
**3.** Indien een beschermd beeldbepalend pand geheel of nagenoeg geheel teniet is gegaan of indien het monument respectievelijk het pand wordt ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6, eerste lid of artikel 7 van de Monumentenwet 1988 respectievelijk het register als bedoeld in artikel 7 van deze verordening, dan is de aanwijzing in artikel 13, eerste lid van rechtswege vervallen.
**4.** Het college registreert de intrekking van de aanwijzing en de zich op basis van het derde lid voordoende omstandigheden op de lijst van beeldbepalende panden.