**1.** Als geen sprake van verwijtbaarheid met betrekking tot het uitstaan van de vordering, dan wordt de aflossingsverplichting bepaald op 6% van de toepasselijke bijstandsnorm naar boven afgerond op een veelvoud van € 1,00 en 50% van het meerinkomen. Bij het niet nakomen van de aflossingsverplichting wordt de verplichting bijgesteld op basis van de actuele bijstandsnorm.
**2.** Als er sprake is van verwijtbaarheid over van het ontstaan van de vordering wordt de aflossingsverplichting gedurende maximaal 3 jaar bepaald op dat deel van het inkomen waarmee dat beslagvrije voet wordt overschreden. Is de vordering na afloop van deze periode nog niet voldaan, dan wordt de aflossingsverplichting verlaagd tot het niveau als onder lid 1 aangegeven, tenzij het lid 4 van toepassing is.
**3.** Als belanghebbende zelf een betalingsvoorstel doet, kan zonder verder onderzoek akkoord worden gegaan met een dergelijk voorstel als de (rest)vordering daarmee binnen de termijn van 12 maanden na datum voorstel kan zijn voldaan.
**4.** Als belanghebbende weigert een minnelijke betalingsverplichting te treffen, of weigert de opgelegde betalingsverplichting na te komen, wordt overgaan tot het leggen van beslag op het inkomen boven de van toepassing zijnde beslagvrije voet en na verloop van 3 jaar wordt bezien of, indien de vordering nog niet is voldaan, overgegaan kan worden tot verlaging van de verplichting tot het niveau als onder lid 1 aangegeven.
**5.** Als sprake is van een cumulatie met andere betalingsverplichtingen, wordt de terugbetalingsverplichting aan de gemeente verlaagd met het bedrag waarmee de som van de verplichtingen leidt tot aantasting van de beslagvrije voet, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
De betreffende aflossingsverplichting bestond reeds voordat het besluit tot terugvordering werd genomen en wordt, naar het oordeel van het college als acceptabel aangemerkt.
De betreffende aflossingsverplichting is na het besluit tot terugvordering aangegaan, en wordt naar het oordeel van het college aangemerkt als een voor de voorziening in het bestaan noodzakelijke verplichting.
Het bestaan van de andere schuld wordt door belanghebbende aangetoond door overlegging van bewijsstukken.
Na betaling van de andere schuld wordt de aflossingsverplichting aan de gemeente op het normale niveau teruggebracht.
Artikel 14
Betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering WWB, IOAW, IOAZ en verhaal WWB