De uitkering wordt teruggevorderd in de gevallen als vermeld in deze beleidsregels, waarin burgemeester en wethouders gebruik maken van de bevoegdheid tot:
het herzien of het intrekken van een toekenningsbesluit als bedoeld in artikel 54, lid 3 en/of artikel 53a, lid 2 WWB, artikel 17, lid 2 IOAW en artikel 17, lid 2 IOAZ;
het terugvorderen van ten onrechte verleende uitkering als bedoeld in de artikelen 58 tot en met 60 WWB, artikelen 25 tot en met 31 IOAW en artikelen 25 tot en met 31 IOAZ;
het verhalen van bijstand als bedoeld in de artikelen 61, lid 1, onder b. en c. en 62 WWB.