Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Terugvorderingsgronden

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering WWB, IOAW, IOAZ en verhaal WWB

1. Burgemeester en wethouders vorderen de uitkering van belanghebbende terug als de uitkering: ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; in de vorm van een geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen (geldt alleen voor de WWB); voortvloeit uit gestelde borgtocht (geldt alleen voor de WWB); als voorschot is verleend en later is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat; op andere wijze onverschuldigd is betaald voor zover belanghebbende dit redelijkerwijs kon begrijpen, of op andere wijze onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat: - belanghebbende naderhand met betrekking tot de periode waarover uitkering is verleend, over in aanmerking te nemen middelen beschikt of kan beschikken; 2. de uitkering is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door belanghebbende vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming. 3. Terugvordering als bedoeld in lid 1, onder e. vindt niet plaats als de kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.

Rechtspraak bij dit artikel