Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. havengeld: het havengeld pleziervaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen en historische schepen als bedoeld in artikel 2;
b. pleziervaartuig: een vaartuig, dat hoofdzakelijk of nagenoeg geheel wordt gebruikt voor de recreatie;
c. zeilend bedrijfsvaartuig: een vaartuig, dat overwegend of geheel met behulp van zeilen wordt voortgestuwd en dat hoofdzakelijk wordt gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;
d. historische schip: schip dat voldoet aan de door het college gestelde eisen ten aanzien van ligplaats historisch schip;
e. gebruik van de haven: het in artikel 2 bedoelde gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen;
f. havenmeester: de havenmeester van de gemeente Vlaardingen of diens plaatsvervanger;
g. tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;
h. termijn: een in de tabel genoemde tijdsduur waarin het gebruik van de haven plaats vindt;
i. dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren beginnende te 0.00 uur;
j. winterabonnementperiode: periode van drie maanden van1 oktober tot 1 januari of periode
van drie maanden van 1 januari tot 1 april;
k jaar: een kalenderjaar;
l. meetbrief: het document als bedoeld in artikel 12c van de Binnenschepenwet;
m. verloopbeleid: schepen die niet als historisch schip worden aangemerkt, die langer dan 15 meter zijn en die reeds voor 1990 in de Oude Haven ligplaats hadden, mogen blijven liggen in de Oude Haven tegen het jaartarief historische schepen.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening Havengeld pleziervaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen en historische schepen 2011