Het is verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of
terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te
hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen
te gebruiken, waardoor:
op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze
rook, roet, walm of stof wordt verspreid;
overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de
gebruikers van het bouwwerk, het open erf of
terrein;
op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze
stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt
verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en
trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of
door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door
verontreiniging van het bouwwerk, open erf of
terrein;
instortings-, omval- of ander gevaar wordt
veroorzaakt.
Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover
het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde wet
van toepassing is.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 7.3.2