De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht geldmiddelen en onvoorzien, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen structurele en incidentele baten en lasten.
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Het college informeert in ieder geval de raad via de tussentijdse rapportage over activiteiten die het bedrag van € 15.000,-- aan exploitatielasten niet overschrijden.
Het college voert een activiteit, die meer exploitatielasten dan € 15.000,-- betekent, pas uit, nadat de raad hierover een besluit heeft genomen.
Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor en de eventueel daarbij behorende begrotingswijziging
Hoofdstuk 2:
Artikel 5