Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4.

Benoeming leden

Onderdeel van Verordening Commissiewezen 2006

1.. De leden van een commissie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, worden door de raad uit zijn midden benoemd. De raad kan voor iedere commissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie benoemen. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de raad een niet-raadslid tot lid van een commissie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, benoemen ter ondersteuning van een fractie in de raad. Per fractie wordt niet meer dan één niet-raadslid benoemd. Het niet-raadslid moet vermeld staan op de kandidatenlijst van de laatstgehouden verkiezingen voor de gemeenteraad. 3.. Leden van een commissie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, kunnen zich bij verhindering of ontstentenis laten vervangen door een raadslid of een niet-raadslid-commissielid als bedoeld in lid 2 van dit artikel. Vervanging kan alleen door een raadslid of niet-raadslid-commissielid van dezelfde fractie. 4.. De leden van een commissie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b en c, worden door de raad al dan niet uit zijn midden benoemd. Van dergelijke commissies kunnen de burgemeester en de wethouders geen lid zijn. 5.. De leden van de commissies worden zo spoedig mogelijk, nadat de leden van de raad hun betrekking hebben aanvaard, benoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel