Burgemeester en wethouders kunnen een deel of delen van de gemeente aanwijzen als archeologisch gevoelig gebied.
Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, wordt advies gevraagd aan de Cultuurhistorische adviescommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven.
Burgemeester en wethouders registreren de archeologisch gevoelige gebieden op de lijst van beschermde archeologisch gevoelige gebieden.
De gemeentelijke lijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de op een kaart aangegeven gebiedsbegrenzing en een beschrijving van het gebied met de daarin begrepen cultuurhistorische en/of archeologische waarden.
Burgemeester en wethouders maken het besluit tot aanwijzing tot beschermd archeologisch gevoelig gebieden binnen 4 weken na de datum van het besluit bekend.
De aanwijzing kan geen gebied betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.